Ga direct naar


De prijs van verborgen charmes?

Verborgen Charmeswoensdag 20 mei 2015

Door Kim Provoost

In de nazomer van 2014 was burgemeester Bergmann van Middelburg gastheer tijdens een bijeenkomst van Nederlandse gemeente- en provinciebestuurders. In zijn column 'Bergmann Beleeft' in het weekblad ‘De Bode’ verwonderde de burgemeester zich vooral over het feit hoe verrast veel collega’s van buiten Zeeland waren over de ‘verborgen charmes’ van de Zeeuwse hoofdstad.

Het klinkt me eigenlijk wel bekend in de oren. Volgens mij schaart de gemiddelde Nederlander Zeeland onder de exotische buitengewesten, net als Friesland of Limburg. En daarover hoef je feitelijk weinig te weten. Ooit heb ik me bij een vervelend overleg in Utrecht eens uit de voeten kunnen maken met de als grap bedoelde smoes dat ik de laatste boot naar Middelburg nog moest halen. Ik werd begripvol toegeknikt.

De column van de burgemeester maakte de chauvinist in mij wakker. Ik keek dus eens op Tripadvisor.com, de grootste reiswebsite ter wereld. Die klasseert Middelburg aan de hand van reviews die bezoekers achterlieten, niet hoger dan op de 30e  plaats van interessante steden in Nederland. Nog áchter Enschede, Rijswijk en -of all places- Almere. Prangende vraag: wat is er in Rijswijk of Almere te vinden dat Middelburg niet heeft? De vraag stellen, lijkt me, is hem beantwoorden.

In Zeeland is iets raars aan de hand. Het kan niet anders of de meeste bezoekers van buiten Zeeland ontgaat heel veel. Zeeland heeft de moderne toerist bijzondere ervaringen te bieden, maar nog steeds zit het klassieke beeld van Zeeland in veel Randstedelijke hoofden geramd. Strand, zee en ruimte. Jazeker – prachtig. Maar Zeeland heeft meer dan dat in huis. Willen we die ‘verborgen charmes’ liever voor onszelf houden? Dan dreigen we een potentieel publiek mis te lopen dat veel talrijker is dan het publiek dat we als Zeeuwen met z’n allen zelf op de been brengen. En dat heeft een prijs, ook in harde euro’s: omzet, recette, misschien zelfs een gezonde toekomst voor de culturele infrastructuur. 

Laatst zag ik de film ‘Blue Days, Song Days’ die cineast Erik de Bruyn maakte over Racoon. Hij volgt de bandleden in hun zoektocht naar het ideale liedje. Die tocht speelt zich voor een groot deel af in de omgeving van hun woonplaats Goes. De Bruyn (o.a. de regisseur van ‘Wilde Mossels’) is een Zeeuw en dat is te merken ook. ‘Blue Days, Song Days’ gaat over muziek maar Zeeland is de hele film door overweldigend aanwezig. In mooie shots zien we het landschap steeds onnadrukkelijk in de hoofdrol. Zo plaatst De Bruyn de muziek van Racoon in een kader dat onmiskenbaar wijst naar de roots van de bandleden, zonder dat de naam van de provincie overdreven vaak valt.

Hebben we wel de juiste toon te pakken in onze campagnes? Volgens mij kunnen die niet verhelen dat Zeeland nogal mainstream is, en uncool bovendien. Heeft de relatief lage plaats van Zeeuwse bestemmingen op Tripadvisor te maken met de belevingswaarde van Zeeland voor de moderne reiziger? Een groeiende groep mensen uit binnen- en buitenland is immers op zoek naar actieve recreatie, onvergetelijke indrukken, boeiende ontmoetingen. Een doelgroep die kan kiezen uit alle bestemmingen tussen Reykjavik en Ibiza. Hebben we in Zeeland die groep wat te bieden?

We kunnen ons natuurlijk wentelen in tevredenheid over het bezoek aan Zeeland. De cijfers geven ons gelijk. Het CBS zet Zeeland op 1: in 2014 steeg het toerisme van alle Nederlandse provincies in Zeeland het sterkst. De recreatiedruk stijgt vrolijk mee, trouwens. Onze ruimte en rust, de weidsheid en kleinschaligheid van ons landschap die we zo graag afficheren, stellen we daarmee ook meteen weer in de waagschaal.

De belevingswaarde van Zeeland mag wat mij betreft meer dimensies hebben. Voor de ontsluiting van Zeeland voor de kritische bezoeker kunnen we ook uit een ander vaatje tappen.

Met dank aan onze vele Vlaamse gasten en Sergio Herman is in Zeeland het culinaire toerisme op de kaart gezet. Waarom vertonen we voor ons culturele aanbod niet dezelfde ambitie? Dat kritische cultuurconsumenten in Zeeland iets te zoeken hebben staat voor mij buiten kijf. Maar tot dusver heeft een verblijf in Zeeland slechts bij uitzondering een cultureel doel (die uitzonderingen zijn waarschijnlijk Film By The Sea en Zeeland Nazomerfestival). Waarom zetten we ons culturele licht zo onder de korenmaat? De Zeeuwse cultuurproductie en de cultuurhistorische context van Zeeland kunnen we in de Zeeland-promotie veel prominenter in de schijnwerpers zetten.

Om zover te komen, vragen naar mijn smaak een paar dringende problemen om een aanpak.  Om te beginnen creëren de meeste organisatoren van culturele evenementen in Zeeland te weinig massa om Zeeland een cultureel imago te geven, en zij hebben er ook niet de middelen voor. Daarbij worden uitgaven voor kunst en cultuur in de laatste jaren in Zeeland steeds verder afgeroomd en dreigen die nu tot onder een kritisch niveau te zakken. Dat lijkt me een verkeerde trend: we zouden beter een voorbeeld nemen aan andere steden en regio’s, in binnen- en buitenland, die hun cultuurbudget zelfs in tijden van teruglopende middelen verruimen. Een florerend cultureel klimaat en een gezonde vrijetijdseconomie zijn nauwer verwant dan we in Zeeland soms denken.

We mogen hier graag debatten voeren over de Zeeuwse kansen en het Zeeuwse DNA. Maar ik bespeur toch nog steeds veel alledaagsheid en conservatisme, dat ons kleiner maakt dan we zijn. We praten over een vrijetijds- en kenniseconomie, terwijl in sommige gemeenten de bakker nog steeds op zondag geen verse croissantjes kan verkopen. In die context is het niet vreemd dat de toeristische waarde van kunst en cultuur in Zeeland nog amper wordt gezien.

Maar laten we niet alleen van overheden een andere houding verlangen.

Mijn waarneming is dat de recreatiesector en de culturele wereld in Zeeland elkaar meestal passeren als ships in the night. Ik weet zeker dat ook Zeeland is de kennis, het talent en het potentieel aanwezig is voor een veel grotere impact van culturele evenementen en activiteiten op de vrijetijdseconomie. Het toeristische bedrijfsleven lijkt me niet afkerig van samenwerking. Maar de sectoren zouden elkaar om te beginnen veel beter moeten leren kennen. Meer en diepere ontmoetingen tussen deze nu nog bijna gescheiden werelden zijn geen overbodige luxe. En er is meer kennis nodig over de omvang van potentiële doelgroepen of publiekssegmenten voor wie Zeeland een ‘culturele bestemming’ zou kunnen zijn.

Wat een prachtige uitdaging voor Kenniscentrum Kusttoerisme om dat te faciliteren!

Dit gastblog is geschreven door Hubert Leeman uit Middelburg. Hubert werkt als zelfstandig ondernemer aan fondsenwerving en projectbegeleiding in de culturele en maatschappelijke sector.

Foto: Diep Space Duiken Zonnemaire

« Terug




Snelkoppelingen

Bookmark and Share